Een democratische martelaar

Het leven en de dood van Franciscus van den Enden

Om stipt drie uur in de middag opende de poorten van de Bastille in Parijs zich. De stoet van ter dood veroordeelden begaf zich naar het schavot. Onder hen een oude man, die op een kar gedragen moest worden na de martelingen die hij had moeten ondergaan. Voordat de strop om zijn nek werd gedaan kreeg hij van zijn aanwezige priester een kans om te biechten. Tot verbijstering van iedereen sloeg hij het aanbod af. Hij had het niet nodig. Zijn lichaam was dan wel in gevangenschap; zijn geest was al vrijer dan alle aanwezigen.

Een jeugd in nevelen

Franciscus van den Enden duikt hier en daar als een spook op in de biografieën van anderen, waarbij we een glimp opvangen van zijn uitzonderlijke leven. Hij werd geboren in Antwerpen op 9 februari 1602, als de zoon van een weversechtpaar. Waarschijnlijk waren ze welgesteld, niet meer zo vanzelfsprekend sinds de val van de stad voor de Spanjaarden in 1585. Over zijn eerste veertig levensjaren is niet veel bekend. Hij trad toe tot de Jezuïeten en volgde een priesteropleiding, maar werd om onbekende reden weggestuurd. Nadat hij klassieke talen in Leuven studeerde, werd hij zelfs helemaal uit de orde verstoten, wegens “dwalingen”, in 1633. In 1642 trouwde hij in zijn geboortestad, waar ook zijn eerste twee kinderen geboren werden. Zijn verhaal begint voor ons pas echt op het moment, in 1644 of 1645, dat hij naar Amsterdam vertrok om daar een nieuw leven op te bouwen.

Een nieuw thuis

Amsterdam en Van den Enden was een combinatie die beiden deed opbloeien. Hij raakte al snel verweven met het culturele en wetenschappelijke leven van de stad. De eerste paar jaren had hij een boekhandel aan de Nes, waar hij buren was met P.C. Hooft. Wat hij precies verkocht weten we niet: het enige dat bewaard is gebleven na het faillissement van de winkel is een door hem zelf uitgegeven herdruk van de Corte Verthooninge. Zijn doorbraak kwam toen hem werd toegestaan een Latijnse school te openen aan het Singel.

Zijn faam verspreidde zich door stad en land als een uitzonderlijke geest en leraar. Zijn school wemelde binnen mum van tijd van de kinderen van de Amsterdamse elite. Daarnaast trok hij ook enkele oudere geĂŻnteresseerden. De radicale verlichtingsdenkers Adriaen en Johannes Koerbagh rekenden zich tot zijn volgelingen, terwijl de beroemde arts Theodoor Kerckrinck zich vanaf 1671 zijn schoonzoon mocht noemen. Maar zijn beroemdste leerling was ongetwijfeld een jonge Joodse banneling, die na te zijn onderwezen in Grieks en Latijn zichzelf Benedictus de Spinoza zou noemen.

Hij liet zijn leerlingen ook toneelstukken opvoeren, die vaak veel publiek trokken. Soms schreef hij de stukken zelf. Een andere keer wierp hij zich op voor het gecensureerde werk van Joost van den Vondel, wat hem de eeuwige dankbaarheid van de dichter opleverde. Een uitvoering van Medea door de school inspireerde de aanwezige Rembrandt, waarschijnlijk een bekende van hem, om Lucretia te schilderen.

Radicale denker

Er zijn slechts enkele geschriften van hem bewaard gebleven waarin we Van den Enden zelf aan het woord horen. Tijdens de tweede Engelse oorlog correspondeerde hij met niemand minder dan Johan de Witt, om hem over te halen een geheim wapen aan te schaffen. Hij was duidelijk verknocht aan zijn nieuwe vaderland, maar er waren ook hogere idealen waaraan hij zijn pen weidde. In twee overlevende geschriften, Kort bericht over Nieuw Nederland en Vrije Politieke Stellingen, zette hij zijn denkbeelden uiteen. Het is ook nu nog verbijsterend om te lezen hoe ver hij zijn tijd vooruit was. Hij was duidelijk wars van alle eigentijdse religie, indoctrinatie en intolerantie. Hij moest ook niets hebben van slavernij, of de discriminatie van inheemse volkeren in de Europese kolonies. Wel hield hij een vurig pleidooi voor vrijheid en gelijkheid. Onderwijs en zorg moesten toegankelijk zijn voor iedereen, inclusief vrouwen, adel moest worden afgeschaft en iedereen verdiende gelijke rechten. Net als Rousseau een eeuw later geloofde Van den Enden in de goedheid van de mens. De “algemene wil” was de enige basis voor een goede regering, en pure democratie de enige rechtvaardige staatsvorm. Monarchie, zelfs in beperkte vorm, was volgens Van den Enden vergif!

De dood of de vrijheid

De liefde voor de Republiek en het republikanisme zou zijn ondergang worden. In 1671 verhuisde hij onverwachts naar Parijs, vlak voordat Lodewijk XIV de Republiek de oorlog verklaarde. Daar raakte hij betrokken bij een complot met enkele ontevreden edelen. Van den Enden had connecties die van pas konden komen, en werd al snel het brein achter de plannen. Terwijl hij in het buitenland was voor overleg met Spaanse en Nederlandse legerleiders werd het complot echter verraden en Van den Enden bij terugkeer opgepakt. Tijdens zijn verhoor nam hij de hoofdverantwoordelijkheid op zich: hij had de plannen gemaakt de koning te ontvoeren en een republiek uit te roepen in Normandië. Hij had al een grondwet voor de nieuwe staat geschreven. Zelfs had hij stiekem gehoopt dat heel Frankrijk in opstand zou komen, en de Republiek zou uitroepen. Het vonnis liet niet lang op zich wachten. Als enige niet adellijke samenzweerder werd hij niet tot een pijnloze onthoofding, maar de strop veroordeeld. Voor majesteitsschennis. Op 27 november 1674 maakte hij de gang naar de galg.

Met Franciscus van den Enden ging een uitzonderlijke republikein verloren. Hij was niet alleen een taalwonder en kundig schrijver en wetenschapper, maar had ook een bewonderenswaardig karakter. Zelfs de officier die hem verraadde schreef later hoe hij onder de indruk was geweest van zijn intelligentie en van zijn warmte en vriendelijkheid. Hij had daarnaast een vurige passie voor sociale rechtvaardigheid, die hij met woorden bepleitte, maar ook met daden. Op zijn school en in zijn toneelstukken stond hij erop meisjes een kans te geven zich te ontplooien, wat hem veel kritiek opleverde. Voor de republikeinse zaak was hij zelfs bereid zijn leven te geven.

Literatuur:

Franciscus van den Enden, Vrije staatkundige stellingen, ingeleid en vertaald door C.L. Vermeulen, Gorredijk: Noordboek, 2022 (origineel anoniem gepubliceerd in 1665)

Jan V. Meininger en Guido van Suchtelen, Liever met wercken als met woorden, Heureka, 1980.

Jonathan I. Israel, Radical enlightenment: philosophy and the making of modernity 1680-1750 Oxford University Press, 2001.