Majesteitsschennis, misdrijf of vrijheid van meningsuiting?

Mag je de koning beledigen? Volgens een wet die tot 2020(!) gold niet. Je kon er maximaal 5 jaar celstraf voor krijgen (al waren de straffen in de praktijk veel lager). Het artikel voor majesteitsschennis leek vooral een handige manier voor de politie om bepaalde 'lastpakken' aan te houden.

Korte geschiedenis

Majesteitsschennis was in Nederland al sinds 1830 strafbaar. De gedachte erachter was dat de koning of koningin zich in geval van een belediging niet publiekelijk zou kunnen verdedigen. Tot 1848 werd geen verschil gemaakt tussen de koning en de regering – de koning wás de regering – en dus was het majesteitsschennis als je je kritisch over het regeringsbeleid uitliet. Het onderscheid tussen koning en regering maken we sinds 1848, toen de politieke ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd. Sindsdien heeft majesteitsschennis alleen betrekking op de persoon van de koning. De bekendste majesteitsschennispleger uit de geschiedenis is de socialistische voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis. In 1886 werd hij tot een half jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij in het tijdschrift Recht voor Allen koning Willem III belachelijk had gemaakt. Ook daarna leidden diverse gevallen van belediging van het staatshoofd met enige regelmaat tot vervolging. De veroordeling in 2007 van een dakloze man, die tijdens een conflict met enkele agenten koningin Beatrix een hoer noemde, leidde tot kritiek van diverse deskundigen. Senator Peter Rehwinkel pleitte voor afschaffing van het wetsartikel, maar kreeg daar weinig steun voor.

Vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting, zoals vastgelegd in artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is niet absoluut, maar mag ook niet zomaar worden ingeperkt. Uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kan worden geconcludeerd dat een gevangenisstraf voor majesteitsschennis, en überhaupt een bijzondere strafbepaling daarvoor, zich zeer moeizaam tot artikel 10 EVRM verhoudt. Een dergelijke bescherming is in de ogen van het EHRM al snel buitenproportioneel of zonder voldoende grond, en daarmee in strijd met het EVRM. Een zodanige beperking van de vrijheid van meningsuiting beperkt daarbij bovendien de mogelijkheden voor het maatschappelijk debat, terwijl dat in een democratische samenleving juist nodig en wenselijk is.

“F*ck de koning!”

Tijdens een anti-zwartepietendemonstratie op 16 november 2014 op het Beursplein te Amsterdam werd politiek activist Abulkasim Al-Jaberi gearresteerd nadat hij "Fuck de koning, fuck de koningin en fuck het koningshuis!" had geroepen. Het Openbaar Ministerie besloot hem te vervolgen nadat hij weigerde een opgelegde boete van 500 euro te betalen. Deze beslissing leidde tot veel commotie en zorgde ervoor dat majesteitsschennis weer op de politieke agenda kwam te staan.

D66-Kamerlid Kees Verhoeven diende een jaar later een initiatiefwetsvoorstel in om het verbod op majesteitsschennis te schrappen. Hoewel een meerderheid voor was, werd het na de verkiezingen van 2017 controversieel verklaard. Begin 2018 werd het initiatiefvoorstel van Verhoeven opnieuw besproken. Op 10 april stemde de Tweede Kamer voor afschaffing van de strafbepaling. Per 1 januari 2020 zijn de wetsartikelen over majesteitsschennis te komen vervallen. Belediging van de koning wordt nu even zwaar bestraft als belediging van een ambtenaar in functie, en is dus nog steeds strafbaar.

Literatuur

Stef Ketelaar, ‘Oranje ik ben je beu.’ Majesteitsschennis en de vrijheid van meningsuiting, Weert: Celsus juridische uitgeverij, 2009

Gerard Aalders, ‘Weg met de koning!’ Twee eeuwen majesteitsschennis in Nederland, Den Haag: Uitgeverij Van Brug, 2016