Het ministerie van Binnenlandse Zaken deed al onderzoek naar hetzelfde onderwerp. Staat en Slavernij ging in oktober 2022 van start. Twee maanden later kondigde het staatshoofd zijn eigen onderzoek aan. Hij wachtte hiermee niet af wat het ministerie zou vinden. Daarmee gebeurt er iets geks. De minister van Binnenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het onderzoek van zijn eigen ministerie. Maar de minister is óók verantwoordelijk voor het gedrag van het onverkozen staatshoofd, die op eigen houtje een onderzoek aankondigt en betaalt.
Hoe het onderzoek precies betaald is, blijft onduidelijk. Wat het gekost heeft, weet niemand. Vier jaar hebben circa zestig onderzoekers gewerkt aan archiefonderzoek, met als resultaat vijf boeken. Op de website staat alleen: gefinancierd door het Koninklijk Huis. Verder is er nergens terug te vinden hoe dit financieel zit. Ook een WOO procedure helpt hier niet bij: de wet open overheid geldt voor iedereen, behalve voor het staatshoofd.
Dit zou voer moeten zijn voor journalisten: ze zouden niet alleen het plechtige moment moeten vastleggen, maar ook het staatshoofd bevragen naar zijn keuzes en reflectie. Maar de journalisten zijn met de armen op de rug gebonden. Er is geen persconferentie of interview waarin kritische vragen aan de orde kunnen komen. Aan verantwoording afleggen doet het staatshoofd niet. Dat is aan de ministers.
En nu? Dankzij het onderzoek weten we straks preciezer hoe de familie van het staatshoofd het vermogen heeft opgebouwd over de rug van het kolonialisme. Maar over zijn huidige vermogen weten we nog steeds niets. Het staatshoofd is onschendbaar en hoeft geen verantwoording af te leggen over wat hij verdient en bezit. Waar het nu zit, blijft geheim. Dan kun je met zo’n onderzoek doen alsof je transparant bent over je vermogen, maar de echte transparantie over het vermogen blijft uit.
Dus nu is de politiek aan zet. Omdat de minister verantwoordelijk is voor het gedrag van het staatshoofd, roepen wij de politici in de Tweede Kamer op: bevraag de minister over het staatshoofd. Politici kunnen de minister vragen wat dit onderzoek heeft gekost, van welk geld dit is betaald, waarom het staatshoofd niet op het ministerie heeft gewacht, en waarom er voor hem geen vooraf en geen achteraf bestaat zoals voor ieder ander. En ze kunnen doorvragen naar vandaag de dag: hoe groot is zijn vermogen nu, waarmee verdient hij nu zijn geld, en waarom hoeft hij dat, in tegenstelling tot iedere andere Nederlander, nergens te laten zien?
Straks hebben we antwoorden op het vermogen dat het koninklijk huis verdiend heeft aan kolonialisme. Voor ons blijft er maar één vraag hangen: wat is zijn vermogen nu?
Emily van de Vijver, voorzitter Vereniging Republiek