Waar was het gezang voor de koning?

Ik zie ze niet hoor, de vlaggen en wimpels, de uitnodigingen voor spontane oranjeborrels op Zoom en lof-uitingen aan onze monarchie op sociale media.

Versterkt door hofblaadje De Telegraaf liet de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) vanmorgen een eis van de kroon uitgaan dat iedereen bij mooi weer maar eens op het balkon het Wilhelmus moest gaan zingen; als een gênante rip-off van het geweldige applaus voor het zorgpersoneel dat afgelopen weken te horen is geweest. Het propaganda-apparaat van de familie van Amsberg heeft qua inventiviteit nooit vooraan gelopen, maar deze oproep spant wat mij betreft de kroon.

Er komen jaarlijks honderdduizenden mensen naar de hoofdstad om een leuke dag te hebben (..) Die lui gaan niet naar Amsterdam als steun aan ons weinig-democratische vorstenhuis.

Zou ik toch gelijk krijgen? Dat Koningsdag niet meer is dan een feestje, om te dansen, los te gaan, oude spullen op een kleedje te verkopen en vooral ook eindeloos te drinken? Er komen jaarlijks honderdduizenden mensen naar de hoofdstad om een leuke dag te hebben, vertel ik al jaren op de Radio als woordvoerder van de Republikeinen in Nederland. Die lui gaan niet naar Amsterdam als steun aan ons weinig-democratische vorstenhuis.

Willem-Alexander lijkt geen breed-gedragen staatshoofd op Koningsdag, eerder een karikaturale mascotte ter aankleding van een bruisend volksfeest – zegge een voorjaars-Sinterklaas of Oranjekonijn, het doorgefokte neefje van de paashaas. Zou ik willen voorstellen: laten we hem alsjeblieft ook de rest van het jaar in een dergelijke ceremoniële rol houden.

https://twitter.com/TJWeisselberger/status/1254683332857790466

Vanmorgen om tien uur stond er één aan de Prinsengracht die met een pijpje bier in zijn hand – zichtbaar beneveld – ten gehore bracht dat hij ‘van Duitse bloed’ was en ‘de koni-iiii-ng van hispanje’ altijd had geëerd. Eén.

Dat verbaast me overigens nog; na 200 jaar monarchie vindt nog altijd tweederde van de Nederlanders dat Willem-Alexander en zijn nakomelingen vooral staatshoofd moeten blijven, zo blijkt uit recente peilingen. Waar in alle moderne landen om ons heen monarchieën zijn verruild voor democratie, blijven wij koppig vasthouden aan het idee dat onze nationale eenheid bepaald wordt door één familie, dat onze politici niet kunnen regeren zonder koninklijke inbreng en dat ook onze grootste ondernemers en bedrijven alleen internationaal zaken kunnen doen als ook onze koning aanschuift tijdens staatsbezoeken.

Een buitengewoon patriarchale gedachte, als je het mij vraagt – om niet te zeggen een persverse vorm van onderdanigheid: wij zijn klein en dat is fijn, weet u wel? Het had me niets verbaasd dat als de RVD opgeroepen had om met z’n allen piemelnaakt de huishymne van de Oranjes te blèren, dat daar vele honderdduizenden enthousiast aan gehoor hadden gegeven: voor u, onze meester van Oranje, voor u!

Gelukkig zijn wij nog niet zó gehersenspoeld. Voorlopig namelijk staat er maar één Oranjegekkie, met kleren aan. Maar gezien de snelheid waarmee het bier al deze vroege ochtend vloeit, lijkt dat slechts een kwestie van tijd.